International Harvester 5288
Amerikaan met spierballen

Leon Koiter werkt met zijn vader op een akkerbouw- en vleesveebedrijf in Eexterzandvoort (DR). Op het bedrijf gebruiken ze voornamelijk Case IH en beiden hebben wel iets met dit merk. Tractorpulling is een hobby van Leon en daar gebruikte hij meestal een Case International 1455XL voor. Deze trekker wordt ook op de boerderij gebruikt en dat is niet optimaal.
Leon zocht een speciale trekker om mee te doen aan tractorpulling. Hij kwam een advertentie tegen op Marktplaats, waar een International 5288 van bouwjaar 1982 werd aangeboden. De trekker stond te koop in de Achterhoek en hoewel Leon aanvankelijk nog wat bedenkingen had, ging de koop toch door. Leon: „De trekker is een Europese uitvoering. Hij heeft waarschijnlijk dienst gedaan in Hongarije. De verkoper had hem op een Nederlands kenteken gezet, maar meldde hem aan als export en het kostte mij best wat moeite om het kenteken er weer bij te krijgen. Ik ben er zelfs weer mee naar het keuringsstation geweest voor de activatie van het oude Nederlandse kenteken.”
Onverwachte problemen
In februari 2023 kwam de trekker naar Drenthe. Leon: „Hij zag er op zich goed toonbaar uit. Er zaten wat kleine plekjes hier en daar. Intern was hij niet helemaal in orde. Dat bleek toen hij voor de eerste keer dat jaar voor de sleepwagen kwam. Na 30 meter begaf de versnellingsbak het. Toen we hem uit elkaar haalden, bleek dat alle voeringen van de powershiftplaten waren los gebrokkeld. Waarschijnlijk is dit gekomen doordat er in het verleden water in de olie heeft gezeten. We hebben de bak gereviseerd naar de originele 5488-specificaties. Dat ging de eerste keer niet helemaal goed. Door een foute montage van een ring in het lagedruksysteem werkte maar de helft van de versnellingen. De tweede keer heb ik manometers gezet in de powershiftpakketten, zodat ik nu precies weet wat er in de bak gebeurt.
Het blijkt dat de transmissie een interne computer heeft, die er voor zorgt dat de bak heel blijft. De bak heeft drie groepen en in elke groep zes versnellingen. Daarvan zijn er telkens twee als powershifttrappen te schakelen zonder koppeling. De computer zorgt ervoor dat dit soepel verloopt. Wanneer deze stuk gaat, rijdt de trekker niet meer. Een euvel dat vaker voor kwam. De fabriek maakte hiervoor een speciale kabelboom om de computer te kunnen omzeilen. Daarbij verloopt het schakelen niet echt soepel meer, maar daarbij je kun je nog wel naar een werkplaats rijden. Dat bleek bij aanschaf al zo te zijn, maar ik dacht dat de forse schakelklappen er gewoon bij hoorden. Ik heb zelf een nieuwe computer gemaakt en nu schakelt hij weer soepel. Gelukkig heb ik door mijn vorige baan als monteur bij een Case IH-dealer ervaring opgedaan en kan ik goed aan onderdelen komen.”
Industriemotor onder de kap
Bij het sleutelen aan de bak kwamen ze nog wat tegen. De trekker bleek een 24 volt-startmotor te hebben. Leon: „Hij had twee accu’s en het normale stroomcircuit is 12 volt. Alleen bij het starten gebruikt hij 24 volt en de tweede accu. We zagen verder dat er bij de zwart gespoten motor hier en daar wat gele vlekjes door kwamen. Het blijkt dat er in plaats van de International Harvester DT 466-motor een DT 467-motor in ligt en dat is een industriemotor, die ook in de vrachtwagens wordt gebruikt. Die heeft wat zwaardere lagers, maar is verder identiek. We hebben er een 12 volt-startmotor op gezet en het stroomcircuit weer aangesloten zoals het hoort.
Maar ik vind het prima dat er een iets zwaardere industriemotor in ligt. Die durf ik wel wat verder op te draaien dan de originele trekkermotor. Ik heb hem tenslotte gekocht voor tractorpulling. Toen de trekker de eerste keer voor de waterrem stond gaf hij 140 pk aan de aftakas. De laatste keer was dat 280 pk en toen had hij nog wel wat over. Ik rijd in de 9,0 ton standaard en daar is 250 pk toegestaan. De trekker is op zichzelf net iets te zwaar voor de 7,0 ton. Ik heb dus voor wat gewichten bijgehangen en ook aan de zijkant. Verder staat de trekker nu op dubbellucht en met een volle tank van 350 liter diesel achter op de trekker heb ik nu flink wat gewicht achter. Dat moet ook wel, want de trekker heeft geen vierwielaandrijving. Maar de voorwielen mogen niet te ver omhoog komen, zodat hij op de steigerbegrenzers gaat lopen. Ik heb grotere achterbanden gemonteerd en er ook dubbellucht bij gezocht, maar ook voor nog wat extra gewichten toegevoegd. Dat zijn Case IH-gewichten, die kunnen we ook op de boerderij wel gebruiken. De originele Amerikaanse International-gewichten zijn moeilijk te vinden. Dat gold ook voor de klossen om de dubbellucht vast te zetten op de steekassen. Ik denk dat de trekker nu redelijk in balans is. We zijn benieuwd wat we de komende wedstrijden kunnen bereiken.”
Hoge verwachtingen van de serie
De 50-serie, waar de 5288 deel van uit maakt, werd geïntroduceerd in het begin van de jaren tachtig. Het was een tijd waarin het de boeren slecht ging en waarin het ook met International Harvester erg slecht ging. Toch had de fabrikant hoge verwachtingen van de 50-serie. Problemen met de aandrijflijn van eerdere modellen met veel vermogen moesten worden voorkomen in de nieuwe trekkers. Die moesten marktaandeel terugwinnen. De ontwikkeling van een nieuwe transmissie kostte destijds al 240 miljoen dollar. Dat was een hoop geld en de ontwikkelaars hebben zelfs overwogen om een transmissie van concurrent Deere te gebruiken. Maar ook die moest heel veel kosten, dus werd het een eigen ontwikkeling. Het werd de Synchro Tri-Six (STS). Uitgebreid testen leidde er toe dat de transmissie vanaf het begin behoorlijk goed werkte.
Bij de motor was de keuze gemakkelijker. International gebruikte de bewezen 400-serie, maar paste de aansturing wel aan aan de eisen die de nieuwe aandrijflijn stelde. Bovendien wilde International problemen met de koeling voorkomen. Vooral het grote verschil tussen wind mee en wind tegen kon onder warme omstandigheden voor problemen zorgen. Daarom kwam de koeling in een afgesloten compartiment en zoog de ventilator de lucht aan via de bovenkant, om deze weer uit te blazen via de grille. Dit zorgde er bovendien voor dat er schonere lucht werd aangezogen en dat het luchtfilter minder snel verstopt raakte.
Nieuw uiterlijk
Natuurlijk kreeg de trekker ook een nieuw uiterlijk. Dat wil zeggen voornamelijk de motorkap, want voor de cabine gebruikte International een lichtelijk gewijzigde cabine van de 86-serie. De TR4, zoals de codenaam van de nieuwe trekker luidde, kreeg een ontwerpteam van zeven mensen, waarbij Gregg Montgomery de supervisie kreeg. Deze ontwerper werd later verantwoordelijk voor een groot aantal ontwerpen bij International en Case IH. In het nieuwe model zijn ook duidelijk kenmerken van de latere Magnum terug te vinden.
International presenteerde de nieuwe serie, bestaande uit de 5088, de 5288 en de 5488, in september 1981 in Kansas City, tegelijk met de kleinere 3288 en 3688. Deze trekkers moesten International weer terug aan de top brengen. Van de 88-serie werden er ruim 18.000 gebouwd. Geen verkooprecords, maar niet slecht gezien de slechte toestand in de landbouw. De productie stopte in 1985, nadat Tenneco in 1985 International Harvester overnam en samenvoegde met Case. De Case International Magnum werd de opvolger.
Over de 5288
De International heeft een DT-466B zescilinder motor met een inhoud van 7,6 liter. Origineel wel te verstaan. De trekker van Leon heeft de DT 467 uit een truck. Die motoren verschillen slechts marginaal. De motor is goed voor 177 pk (160 aan de aftakas). Het maximale koppel bedraagt 658 Nm bij 1.700 motortoeren. De trekker heeft de Synchro Tri-Six transmissie. Deze heeft drie groepen vooruit en een achteruit. Binnen de groep zijn er drie versnellingen, die elk een powershifttrap hebben. Dit brengt het totale aantal versnellingen op 18V/6A. De hef tilt net 3.660 kilogram. Het hydraulische systeem heeft drie pompen, met een totale opbrengst van 253 liter per minuut. De trekker heeft een wielbasis van 283 centimeter en een operationeel gewicht van 7,3 ton.
Tekst: Arend Jan Blomsma
Beeld: Arend Jan Blomsma






